Hoe je Hyper-V op Windows 2019 kunt gebruiken

Estimated reading time: 5 min

Introductie

Hyper-V is een virtualisatiesoftware van Microsoft waarmee je virtuele machines met volledige hardwarecomponenten kunt maken. In tegenstelling tot Virtualbox, is Hyper-V niet beperkt tot het apparaat van de gebruiker, maar kan het gebruikt worden voor servervirtualisatie.

In deze tutorial leer je hoe je Hyper-V op Windows Server 2019 kunt inschakelen en hoe je het kunt gebruiken om een virtuele machine te creëren.

Vereisten

    • Een dedicated server met Windows Server 2019. In deze tutorial behandelen we alleen de desktop versie van Windows Server.
    • Wij adviseren minimaal 8GB RAM op jouw server instance. Hoewel Microsoft minder specificaties opgeeft, is het verstandig om voldoende RAM te hebben zodat jouw systeem niet vertraagd. 
    • Je kunt controleren of jouw systeem Hyper-V installatie ondersteunt. Voer hiervoor het volgende commando uit in de PowerShell. 
PS C:\Users\Administrator> Systeminfo

Scroll naar Hyper-V Requirements. Je zou een soortgelijke uitkomst moeten zien. 

Hyper-V Requirements:		                        VM Monitor Mode Extensions: Yes
							Virtualization Enabled In Firmware: Yes
							Second Level Address Translation: Yes
							Data Execution Prevention Available: Yes

Als je bij alle opties YES ziet, dan betekent dit dat je verder kunt gaan met de installatie van Hyper-V.

Stap 1: Installeer Hyper-V

Je kunt Hyper-V installeren met behulp van GUI of command-line modes. In deze tutorial zullen we Hyper-V installeren met behulp van de command-line methode. Voer een verhoogde PowerShell-prompt uit en gebruik het onderstaande commando om Hyper-V te installeren. 

PS C:\Users\Administrator> Install-WindowsFeature -Name Hyper-V -IncludeManagementTools -Restart

Jouw server wordt automatisch opnieuw opgestart om de installatie te voltooien.

Stap 2: Configureer Hyper-V

Voordat we onze eerste virtuele machine kunnen maken, moeten we Hyper-V configureren. We gebruiken hiervoor Hyper-V Manager.  Dit is een tool die wordt gebruikt om te communiceren met Hyper-V. Je kunt met deze tool o.a. Hyper-V-instellingen configureren, virtuele machines maken en vernietigen, virtuele harde schijven maken en vernietigen. 

Je kunt dit vinden onder Start Menu > Windows Administrative Tools

Je kunt het ook vinden in het Tools menu van Server Manager.

Stat de Hyper-V Manager en selecteer de naam van jouw machine. 

We moeten eerst een virtual switch maken. Met een virtual switch kun je verbinding maken met verschillende virtuele machines. Met een switch kunnen virtuele machines ook verbinding maken met zowel fysieke als virtuele netwerken.

Klik op de Virtual Switch Manager optie in de rechterzijbalk. 

Klik op het Create Virtual Switch knopje. Je hoeft hier niet een switch-type in te schakelen omdat je dit ook later kunt doen. Er zijn drie soorten switches beschikbaar. 

      1. External switch communiceert met het fysieke netwerk buiten de hostmachine
      2. Internal switch gebruikt geen fysieke adapters en is alleen beschikbaar voor de VM’s op deze machine.
      3. Private switch is ook alleen beschikbaar voor VM’s die op dezelfde fysieke machine beschikbaar zijn. Hiermee kun je een geïsoleerde netwerkomgeving creëren die niet extern toegankelijk is.

Geef de switch een gewenste naam. Selecteer het externe netwerk van de dropdown. 
Vink het vakje aan als je het host-besturingssysteem deze netwerkadapter wilt laten delen.

Als je de host OS en de VMs van het netwerkverkeer wilt isoleren selecteer je Enable virtual LAN identification for the management operating system. Je kunt een VLAN-ID instellen die wordt gebruikt voor toekomstige netwerkcommunicatie.

Klik op OK wanneer je klaar bent. Je krijgt nu een waarschuwing te zien. Selecteer YES. Je verliest mogelijk enkele seconden de verbinding met jouw server, maar je zou na een paar seconden weer verbinding moeten krijgen. 

Stap 3: Maak een Virtual Machine aan

Het is tijd om jouw eerste virtuele machine te maken. Selecteer New in de rechterzijbalk en selecteer vervolgens Virtual Machine

 

je krijgt het volgende scherm te zien. Vink dit vakje aan: Do not show this page again. 

Klik op Next om verder te gaan.

Geef een naam op voor jouw virtuele machine. Hyper-V kiest een standaard locatie om jouw virtuele machine op te slaan. Als je de machine op een andere locatie / schijf wilt opslaan, dan kun je een nieuwe locatie aanvinken. 

Voor deze tutorial maken we een virtuele machine aan om Ubuntu te draaien. 

Je moet nu de generatie van de virtuele machine opgeven. Nadat je dit hebt opgegeven kun je niet meer terug. Generatie 1 is het oudere formaat dat zowel 32 bit als 64 bit OS ondersteunt. Nieuwere generatie machines ondersteunen alleen 64 bit OS en bieden ondersteuning voor functies zoals UEFI gebaseerde firmware en Secure Boot.

Omdat we een versie van Ubuntu installeren die alle nieuwe functies ondersteunt, selecteren we generatie 2. Als je niet zeker weet wat je moet selecteren, dan kun je kiezen voor generatie 1. 

Als je wilt dat de VM extra geheugen van de host gebruikt, dan kun je de optie Dynamic memory selecteren. We hebben dit echter niet nodig. 

In de volgende stap kies je een netwerkadapter voor jouw VM. Kies de switch die we in de vorige stap hebben gemaakt. 

We moeten nu de harde schijf op onze virtuele machine aansluiten. Omdat we nog geen virtuele harde schijf hebben gemaakt, moeten we een nieuwe schijf aanmaken voor de machine. Geef jouw harde schijf een naam, kies de locatie en de grootte.

We gaan nu de OS kiezen die we willen installeren. Voor deze tutorial hebben we Ubuntu klaar liggen in de Downloads map die we hebben geselecteerd. Je kunt dit later installeren of de bootable ISO voorzien van een link. Je kunt er ook voor kiezen om de OS te installeren vanaf een netwerkgebaseerde installatieserver.

In de laatste gedeelte zie je een overzicht van de virtuele machine die je wilt aanmaken. Als je tevreden bent, kun je klikken op Finish om de VM aan te maken.

Op dit moment is je VM uitgeschakeld. Je kunt de instellingen wijzingen, meer schijven / adapters toevoegen of verwijderen zolang de machine uit staat. 

Klik op het Settings knopje voor de VM die we hebben aangemaakt. 

Je zult verschillende opties zien waaronder:

– CPU cores en RAM wijzigen
– Bestaande harde schijven toevoegen of aanpassen
– ISO wijzigingen aanbrengen
– Netwerk adapters wijzigen
– Checkpoint maken om je VM te herstellen

Stap 4: Virtual machine gebruiken

Het is nu tijd om de virtuele machine te gebruiken. Selecteer Connect van het menu en maak verbinding met de VM. Hiermee wordt de VMConnect (Virtual Machine Connection) tool gestart. Het besturingssysteem wordt niet direct opgestart, er wordt een verbinding gemaakt met de machine. Je kunt hier een checkpoint maken om dvd-station aan de machine toe te voegen en de instellingen te wijzigen. 

Besturingssystemen die Enhanced Session mode (Windows 8/8.1, Windows Server 2012,2016, 2019 and Windows 10) ondersteunen, kun je de weergave van de resolutie, veranderen, de lokale apparaten zoals printers en smart cards omleiden naar de gast VM. Je kunt ook het klembord delen tussen de gast en host machines. 

Klik Start om te booten in de VM.

Stap 5:  VM opties verkennen

Je ziet nu verschillende opties onder de VM naam aan de rechterkant.

Shut down hiermee kun je de gast OS netjes afsluiten door een shutdown commando te versturen. 

Turn off verwijst naar het fysiek aansluiten van een machine. Dit mag alleen worden gebruikt wanneer je VM vastzit. 

Save hiermee komt de VM terecht in een Saved state. De machine is gepauzeerd en de inhoud van het geheugen wordt in een speciaal bestand met BIN-extensie geschreven en de staat van de hardware van de machine wordt opgeslagen in een bestand met VSV-extensie. De machine wordt offline gehaald als de opslagbewerking is voltooid en zolang de bestanden intact zijn, heeft geen van de bewerkingen zoals het opnieuw opstarten van het host-besturingssysteem invloed op de status van de VM.

Pause is anders dan Opslaan omdat het alle I / O-, geheugen- en CPU-bewerkingen opschort, maar deze blijft behouden in het geheugen van de host. Als het hostsysteem stroom verliest, verlies je ook de opgeslagen status van de VM.

Reset zet de VM terug naar de vorige setup. 

Checkpoint en Revert zijn vergelijkbaar als Windows Systeem herstelpunten. Je kunt automatische checkpoints maken zodat je jouw VM kunt terugzetten naar de vorige status.

Move optie stelt je in staat om de VM te verplaatsen naar een andere host of een andere locatie. 

Export optie stelt je in staat om een kopie te maken van jouw VM. 

Rename wijzigt alleen de weergavenaam van de VM in Hyper-V manager.

Conclusie

Gefeliciteerd, we zijn erin geslaagd om alle basispunten te behandelen die nodig zijn om Hyper-V op Windows Server 2019 in te stellen. 

Was this article helpful?
Dislike 0
Views: 48

Lees Interacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

snel-knowledgebase-image